België heeft in het verleden een belangrijke rol gespeeld in de automobielsector. Vandaag lijdt deze sector onder nieuwe economische uitdagingen. Eef Gillijns (Tervuren), studente Handelswetenschappen (afstudeerrichting Internationale Betrekkingen), heeft onderzocht of België nog steeds een aantrekkelijke regio is voor autoproducenten. Ze komt tot de conclusie dat de Belgische auto-industrie weinig toekomst heeft. Haar masterproef bewijst dat je aan de HUB brandend actueel onderzoek kunt doen.
Eef heeft haar onderzoek op locatietheorieën gebaseerd. Aan de hand van deze theorieën kun je bepalen welke regio's economisch aantrekkelijk zijn voor autoproducenten. Vier theorieën komen aan bod: twee 'neo-klassieke theorieën' (van Ricardo en Heckscher-Ohlin) en twee 'nieuwe economische geografie theorieën' (van Krugman en Venables).
Teloorgang op termijn
De toepassing van de vier modellen toont aan dat de auto-industrie op termijn zal verdwijnen uit België. Uit het model van Ricardo blijkt dat de loonkosten per werknemer in ons land te hoog liggen. De locatietheorie van Heckscher-Ohlin toont aan dat België voldoende hooggeschoolde werknemers en voldoende kapitaal heeft. Deze twee troeven kunnen ons land een concurrentievoordeel opleveren. Het model van Krugman stelt dat autoproducenten zich dicht bij een gunstige afzetmarkt lokaliseren. Zo'n afzetmarkt wordt getypeerd door een grote populatie met een hoog BBP per capita, wat betekent dat er een veel potentiële en kapitaalkrachtige consumenten aanwezig zijn. België scoort matig op beide vlakken. Het vierde model van Venables wijst ook op een teloorgang van de auto-industrie, omdat de toeleveringssector in België te beperkt is.
Beleidsvoorstel
De vier locatietheorieën tonen stuk voor stuk aan dat de auto-industrie zal verdwijnen uit België. Enkel het model van Heckscher-Ohlin is enigszins hoopgevend. Deze bevindingen leiden in het eindwerk van de studente tot een beleidsvoorstel dat de Belgische auto-industrie wil optimaliseren en redden. Eef suggereert ten slotte ook een aantal niet-economische factoren die bepalend zijn voor de toekomst van onze auto-industrie zoals de energiekosten, de infrastructuur en de Europese wetgeving.
Vinger aan de pols
Aan de HUB is een masterproef zelden nog een klassieke paper. Je kunt er ook voor kiezen om een onderzoek te doen of een bedrijfsproject uit te werken. In elk geval bestudeer je de vraag vanuit verschillende economische en managementdisciplines. Bovendien pas je relevante wetenschappelijke onderzoeksmethoden toe, die je tijdens je opleiding hebt leren kennen en gebruiken. Zo'n eindwerk is hét bewijsstuk dat je een academisch diploma waard bent. Dankzij je masterproef word je een echte specialist en ben je helemaal klaar voor een boeiende carrière in de bedrijfswereld.