Verzekeringsmaatschappijen betalen schadevergoedingen aan hun klanten wanneer ze een ongeval hebben gehad. Wanneer die bedragen te hoog zijn, gaan ze failliet. Om dat te voorkomen, maken ze gebruik van modellen waarbij wiskundige analyses, kanstheorie en statistiek komen kijken. Edward Omey van de HUB doet onderzoek naar dergelijke modellen. Stel dat een verzekeringsmaatschappij véél klanten heeft en dat er per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag) premies worden geïnd worden ter waarde van c euro per tijdseenheid. Tegelijkertijd gebeuren er ook dagelijks ongevallen en moet de verzekeringsmaatschappij geldbedragen uitbetalen. Het probleem is dat de verzekeringsmaatschappij enkele zaken op een verstandige manier moet inschatten. Hoeveel schadeclaims zullen worden ingediend? En hoe groot zullen de individuele schadeclaims zijn? Dat leidt tot modellen in volgende vorm: X(t) = c*t - ( C(1) + C(2) + ... + C(N(t)) c*t = de inkomsten tot op tijdstip t; C(1), C(2), ... de onbekende grootte van schadeclaims; N(t): het onbekend aantal schadeclaims tot op tijdstip t; X(t): de opbrengst (inkomsten - uitgaven). Er bestaan vele statistische modellen en ingewikkelde technieken. Een belangrijk vraagstuk daarbij is het bepalen van de premie c. Bij een slechte keuze van c kan X(t) immers negatief worden en dan gaat de verzekeringsmaatschappij failliet. Andere projecten: Waarom zijn nieuwe cds soms goedkoper als oude cd's? Waarom heeft het ene bedrijf succes en het andere niet? Hoe worden bankkaarten beveiligd? Wanneer gaan verzekeringsmaatschappijen failliet? Is er nog een toekomst voor de kledingsector in ons land? Hoeveel kost het klimaatprobleem? Waar kun je beleggingsopportuniteiten vinden? Wanneer worden fusies of overnames een succes? Zorgt meer onderzoek voor meer succesvolle producten? Hoe transportkosten minimaliseren? Hoe ondernemingsresultaten opsmukken? Zijn zonnepanelen nuttig voor een bedrijf? Hoe belastingontwijking bestrijden? Hoe handelen als HR-professional? Hoe een bedrijfsstrategie uitstippelen? Hoe arbeidsongevallen verminderen? Hoe kunnen Vlaamse bedrijven internationaal concurreren? Waarom leven we milieuwetten (niet) na? Hoe wordt de fruitpluk georganiseerd? Wat is het belang van de antiekmarkt voor de lokale economie?
Waar is een huis kopen het duurst? In België of in Nederland?